Schilderen met woorden – museum Meermanno [2]

Façade

door Manon Goossens

Daar ligt ze dan. IJskoud. En keihard. Zo kon ze soms ook zijn toen haar hart nog klopte.

Ze ligt er mooi bij. Zo zeggen ze dat. Ik sta naast mijn overleden moeder en denk terug aan de mannen van de uitvaartverzorging die haar drie dagen geleden ogenschijnlijk liefdevol in haar mooiste kleding hesen voordat ze haar verhuisden van haar ziekbed naar de diepvriesplank. Zou de tederheid waarmee ze iemand mooi maken aan het einde van zijn of haar leven afhankelijk zijn van het aantal toeschouwers van het afleg-tafereel? Ik denk het eigenlijk wel.

Haar handen werden in een vredige positie op haar buik gevouwen, haar haar werd gewassen met shampoo waar geen water aan te pas hoefde te komen en haar levenloze gezicht kreeg een kleurtje. De mannen deden hun werk in stilte. Ik kon zien dat ze goed op elkaar ingespeeld waren. Een geoliede machine. De dood is natuurlijk ook gewoon handel. Haar mond werd dichtgeplakt zodat we niet langer in het gapende gat hoefden te kijken dat de afgelopen weken zo snakte naar een leven zonder pijn, en ook haar ogen werden gesloten. Voor altijd. De pijn leek verdwenen te zijn uit haar gezicht.

Ze ligt opgebaard in de huiskamer van mijn ouderlijk huis. Ik ben bij haar, alleen. En zo voel ik me ook. Op de achtergrond hoor ik stemmen. Aan de keukentafel wordt koffie gedronken en er worden herinneringen opgehaald, maar hier is het stil. Ik kijk om me heen. Ontelbaar veel bloemen en kaartjes met lieve bemoedigende woorden erop, toch voel ik louter leegte.

Een half jaar nadat ik afscheid nam van mijn vader, liet ook mijn moeder het leven los. Ze kon niet anders. Ze werd ziek. Net als hij. Kanker. Net als hij. Zo jong nog. Allebei. Bizar. De kanker sloopte eerst zijn lichaam, daarna dat van haar. De ziekte deed haar ontiegelijk veel pijn, maar niet half zoveel als het besef dat ze het leven en de vrijheid, waar ze nog maar zo kort van genoot, achter zich moest laten. De dood verloste haar uiteindelijk uit haar lijden. Door het woord ‘uiteindelijk’ lijkt het alsof zij ten prooi viel aan een lang ziekbed maar niets is minder waar. Amper vier weken nadat haar diagnose gesteld werd, blies ze haar laatste adem uit. In vijf weken tijd van gezond naar grieperig en via ongeneeslijk ziek naar de hemel. Als die bestaat. Ze werd 51 jaar oud.

Ik neem plaats op één van de stoelen naast de baar, leun voorover en vouw mijn handen om die van haar. Ik voel de kou, de hardheid. De steeds dikker wordende laag beton die ze tijdens haar getrouwde leven om haar heen optrok om het leven met mijn vader zo draaglijk mogelijk te maken, is nu maximaal. Hij kan haar niet meer raken, nooit meer. Ik kijk naar haar gesloten ogen en hoor mezelf de vragen die al jaren door mijn hoofd spoken hardop uitspreken. ’Waarom, mama? Waarom hij? Werd je verblind door het weelderige leven dat hij leidde? Zag je niet dat je voor een keurslijf koos? En wat voor één? Waarom verruilde je je vrijheid en je eigen ik in voor een dienende rol waarin je zelf nooit tot volle bloei zou komen? Zoveel dominantie mama, je bleek er niet tegen opgewassen. Had je spijt?’ Op het tafeltje naast de baar leunt een goudkleurig lijstje lichtjes achterover. Vanachter het glazen plaatje kijkt ze me aan. Ze straalt en lijkt gelukkiger dan ooit in haar witte satijnen trouwjurk met haar hoog getoupeerde haar. Vijfentwintig jaar was ze en gezegend met een prachtig mooi lichaam, slank maar niet te. Rondingen, daar waar ze horen. Haar meisjesachtige ontwapenende glimlach betoverde menigeen. Ze leek een jaloersmakend mooi en luxueus leven tegemoet te gaan.


‘Ik koos voor bovenstaand schilderij. Of eigenlijk koos het mij.’

Dit verhaal is geschreven door Manon Goossens tijdens de Querido Academie workshop Schilderen met woorden op 23 maart 2019 in Museum Meermanno, geïnspireerd op het afgebeelde portret.