Schilderen met woorden – museum Meermanno [4]

Mathilde

door Anja Smit

Mathilde houdt haar adem in terwijl haar moeder zich naar haar vooroverbuigt en met een ruk aan haar korset trekt. Haar borsten bollen op onder het strakke keurslijfje en Mathilde voelt een misselijk gevoel in zich opkomen. Moeder van Beuningen kirt opgewonden: haar enige dochter wordt vandaag ter ere van haar 18 de verjaardag door de schilder Albertus van Beest uit Rotterdam geportretteerd. Hiervoor is ruimte gemaakt in de theekamer welke uitzicht biedt op de rozentuin, wat de uitdrukkelijke wens van de schilder is.

De fluwelen koningsblauwe baljurk met afgezette kant ligt gespreid over de canapé. Ze ziet de hand van haar moeder liefkozend over het fluweel glijden terwijl ze het kant van de mouwen nog eens netjes uitvouwt. Mathilde probeert haar afkeer te onderdrukken: ze plant haar voeten stevig op de grond en ademt diep in en uit om haar zenuwen de baas te blijven. Ze staart in de barokke spiegel en ziet haar intens bleke gelaat, haar voluptueuze borsten die op en neer bewegen . Ze haat haar borsten die als twee bollen vet op haar lichaam geplakt lijken te zijn.

Haar vrouwelijkheid zal in de japon extra benadrukt worden en dat is alles wat ze niet wil. Ze is ook nog eens fors geschapen alsof onze lieveheer het op haar gemunt heeft. In door de weekse kledij kan ze haar boezem nog wegmoffelen in de wijde blouses maar aan deze baljurk valt niet te ontkomen.

Waarom ben ik in godsnaam als vrouw geboren? Slechts haar jeugdvriend Diederik kent haar geheim en accepteert haar zoals ze is. Ze hebben er onderling weinig woorden over gewisseld maar Mathilde weet dat hij haar als soortgenoot ziet. Hij noemt haar altijd Mat en dat is de naam die ze wil dragen en bij haar past.

Mathilde wordt als enig kind van de graaf en gravin van Beuningen op handen gedragen maar haar ouders hechten echter veel waarde aan de algemeen geldende burgerlijke moraal en de streng katholieke opvoeding maakt hier deel van uit. Afwijkend gedrag of geaardheid wordt niet getolereerd en dient bestraft en uitgebannen te worden. Ze voelt het zweet op haar gezicht parelen; haar grote angst is opgenomen te worden in Klingendael, een inrichting in het district waar mensen die anders zijn, worden opgesloten.

‘Het is tijd mijn kind’ hoort ze vanuit de verte de stem van haar moeder, die op haar afkomt lopen met een collier dat toebehoorde aan Mathildes’ oma en drapeert het rondom haar hals. Ze voelt de zware blauwe saffieren als koude kikkers op haar borsten rusten. Hand in hand lopen de twee vrouwen door de lange hoge gangen van het landgoed terwijl de zijde zacht ruist door de stille gangen en hun voetstappen echoën op de oude plavuizen. Ze passeren de huiskapel en Mathilde stuurt in gedachte een schietgebed naar Maria ter ondersteuning in de komende uren.
Ze ziet de ogen van Van Beest oplichten als ze als een echte ‘dame du ton’ de tuinkamer betreedt. Hij blikt goedkeurend en neemt haar beeltenis in zich op terwijl zijn ogen blijven rusten op haar borsten. Woede vlamt in haar op; ze voelt zich een koe die op de veemarkt wordt gekeurd wordt, haar wangen kleuren rood en inwendig stampvoet ze. Hun blikken kruisen elkaar een luttel moment. Van Beest deinst lichtelijk terug als hij, haar ijskoude blauwe ogen ontmoet. Niettemin steekt Mathilde haar gehandschoende hand uit om hem daarop een kus te laten drukken.

De schilder heeft zijn palet al gereed en verzoekt Mathilde vriendelijk aan de raamkant in de chaise longue plaats te nemen. Het gouden ochtendlicht valt speels op haar gespannen gelaat. Eenmaal gewend aan zijn geconcentreerde blik raakt ze ontspannen en dwalen haar gedachten af naar de voorbije jaren.

Ieder hoekje van het landgoed Beuningen kent ze: van het lavendelbos tot de waterval, van het sparrenbos tot het Gravendal. In het Gravendal liggen haar voorouders begraven over wie ze met Diederik vele verhalen gefantaseerd heeft en waarop ze tikkertje speelden of picknickten.

De vele dieren die het langgoed herbergen: konijnen, eekhoorns, hazen, herten, torren en kevertjes. Ze had een speciale band met de paarden op wie ze soms in de nacht stiekem uitrijden ging met Diederik. Plotseling wordt haar kin opgetild en kijkt ze in de ogen van de schilder.‘Graag iets meer ‘en profile’ verzoekt hij beleefd en ze doet wat hij vraagt. Ze ziet de eeuwenoude eik in wiens bast haar naam en die van Diederik zijn gekerfd. Wat een groot geluk dat ze Diederik als vriend heeft. Waar was ze zonder hem geweest?

Hoelang moet ze deze farce nog volhouden? Vragen die al jaren door haar hoofd spelen en haar slapeloze nachten bezorgen. In de bescherming en warmte van haar bed heeft ze haar seksualiteit ontdekt en droomt ze over intimiteit met een geliefde. Diederik had haar een keer vastgepakt en tegen zich aangedrukt en even voelde ze zijn kloppend lid tegen haar buik. Ze was geschrokken, maar had hem duidelijk doch beslist op zijn plaats gewezen zonder dat het gevolgen voor hun vriendschap had gehad. Een jaloers gevoel had ze eraan overgehouden, zich realiserend dat zij genoegen zou moeten nemen met haar bescheiden vulva.

Als kind hoefde ze zich niet zo druk te maken of ze nou een jongen of een meisje was maar nu er een publieke rol voor haar weggelegd was door haar ouders, had ze zich maar aan te passen. Ze had wel eens geschriften gelezen van andere mannen en vrouwen die zich verzetten tegen de openbare orde en van zich lieten horen. Zo wist ze dat ene Aletta Jacobs zich inzette voor het vrouwenkiesrecht en sommigen zelfs van hun geloof afvielen. Ze had haar moeder eens gevraagd of zij tevreden was met haar leven en zich gelukkig voelde. Haar moeder had haar alleen maar vragend aangekeken en er verder het zwijgen toegedaan. Het leek wel of Mathilde in de verkeerde tijd ,op de verkeerde plek en in het verkeerde lichaam geboren was.

Binnenkort werd ze 18 jaar en zou ze zo snel mogelijk uitgehuwelijkt zou worden aan een goede partij. Ze gruwde bij de gedachte ooit het bed met een man te moeten delen en zijn binnenkomst te moeten ondergaan. Ooit was ze verliefd geworden op Gesina, de dochter van de paardenknecht, die voor haar in de kerk had gezeten. Gebiologeerd had ze haar bekeken, van haar lichtbruine huid, haar donkere uitdagende ogen, haar volle lippen tot haar stevige ronde billen. Tijdens het oprapen van het missaal raakte hun handen bij toeval elkaar en joeg er een golf van opwinding door haar heen. Het had haar geïnspireerd tot het maken van tientallen gedichten en houtskooltekeningen die ze op een speciale plek onder haar bed bewaarde. Haar creatieve geest leidde voor de buitenwereld een slapend bestaan.

Een vrouw diende zich dienstbaar op te stellen tegenover haar man. De man zorgde voor de buitenwereld, de vrouw voor de binnenwereld. Ze zou zich in haar lot moeten schikken, zich bekwamen in het goudborduren en deugdelijk converseren. ‘Het denken moesten we maar aan pappa overlaten’, zei mamma.

Zij voelde zich gevangen in haar lichaam maar ook in de tijdsgeest en het landgoed waarop ze was geboren. Ze moest en zou zich uit haar harnas bevrijden.


Dit verhaal is geschreven door Anja Smit tijdens de Querido Academie workshop Schilderen met woorden op 23 maart 2019 in Museum Meermanno, geïnspireerd op het portret van de jonge vrouw.