Leeshonger

Als je schrijver wil worden, moet je vooral twee dingen doen: veel lezen en veel schrijven. Voor zover ik weet, kun je daar niet omheen. Er is geen snelle weg binnendoor.

Stephen King, Over leven en schrijven (Luitingh-Sijthoff 2015)

Als romanschrijver kun je jezelf al snel verliezen in een zoektocht naar een volkomen origineel verhaal. Een verhaal dat zowel een lekenpubliek als ervaren recensenten versteld doet staan. Je wilt een boek schrijven zoals niemand dat ooit geschreven heeft, in een oorspronkelijke stijl die doet denken aan de grote auteurs van de literaire canon maar toch nét weer anders is.

Dat kan dus niet.

Al is schrijven een daad van creativiteit, het is voor een groot deel ook een ambacht dat je kunt leren. Dat doe je niet alleen door veel te schrijven maar ook door veel te lezen, want, zoals Stephen King schrijft: ‘Ieder boek dat je ter hand neemt, bevat zijn eigen les of lessen, en vaak hebben slechte boeken je meer te leren dan goede.’

Voorbeelden

Ga voor jezelf na welke auteurs je bewondert. Wat valt je op aan hun stijl, verhaaltrant, compositie en de personages? Met het overnemen van iemands schrijfstijl is in beginsel niets mis. Je zal het immers nooit precies zo schrijven en bovendien: het is een illusie om volkomen origineel te zijn. Ga maar na: als een recensent oordeelt dat een debuutroman ‘bijna reviaans geschreven is’, is dat bedoeld als compliment, niet als beschuldiging van plagiaat. Het spreekt voor zich dat je nooit letterlijk verhalen, alinea’s, zinsneden of anderszins ideeën van een ander mag overnemen. Dat is wél plagiaat.

Het devies voor de naderende zomervakantie is dus: lezen! Stel een leeslijst samen van auteurs die jij bewondert, en als je ’t niets vindt, bedenk dan: zo moet het dus niet. Maar blijf lezen, want lezen is een integraal onderdeel van je schrijverschap.