Schrijftip #10 – Ik of hij?

[av_section min_height='' min_height_px='500px' padding='default' shadow='no-shadow' bottom_border='no-border-styling' bottom_border_diagonal_color='#333333' bottom_border_diagonal_direction='scroll' bottom_border_style='scroll' scroll_down='' id='' color='main_color' custom_bg='' src='' attach='scroll' position='top left' repeat='no-repeat' video='' video_ratio='16:9' video_mobile_disabled='' overlay_enable='' overlay_opacity='0.5' overlay_color='' overlay_pattern='' overlay_custom_pattern='' av_element_hidden_in_editor='0']

[av_textblock size='' font_color='' color='' admin_preview_bg='']

Ik of hij?

Voordat je aan je roman begint, sta je voor een belangrijke keus: vertel je het verhaal in de eerste of derde persoon enkelvoud? Zoals Arie Storm schrijft, geeft de eerste persoon enkelvoud het verhaal een zekere urgentie, iets intens en onmiddellijks. De ik-persoon in een roman is nooit een objectieve, kalme verteller, die rustig observerend het verhaal uit de doeken doet. De ik zegt niet quasi-geïnteresseerd: 'Hallo, hoe gaat het met je?' maar: 'Hé! Ik moet je iets vertellen... iets belangrijks!'

De derde persoon enkelvoud brengt meer rust en een zekere distantie in een verhaal. Zo kan de schrijver in de derde persoon enkelvoud eenvoudig een cameraperspectief hanteren, bijvoorbeeld: 'Hij keek zonder gelaatsuitdrukking naar de jurk. Daarna glimlachte hij.' We hebben als lezer geen idee – misschien wel een vermoeden – wat er in het hoofd van de hij omgaat. Vindt-ie het een mooie jurk, een lelijke? Of heeft de hoofdpersoon überhaupt geen uitgesproken mening?

Maar ook in de derde persoon kan je de lezer een inkijkje geven in de gedachtewereld van je personage. Schrijf bijvoorbeeld: 'Een jurk. Nee, geen gewone jurk, maar een lelijke neonjurk. Hij dwong zichzelf opgewekt te glimlachen. "Fantastisch! Prachtig!"'

Uit: Arie Storm, Het schrijven van een roman (Querido 2014).

Hoe moet je kiezen?

Denk na wat voor verhaal je wil vertellen en welke rol je hoofdpersoon daarin speelt. Laat je je hoofdpersoon vooral vertellen? Kies dan niet voor een ik-perspectief – de ik-verteller bezit immers geen bovenmenselijk observatievermogen. De derde persoon enkelvoud geeft je meer vrijheid om uit te zoomen terwijl je tóch, zoals in het voorbeeld hierboven, de lezer kan meenemen in de gedachtewereld van je personage.

Een ik-perspectief geeft doorgaans meer vaart aan een verhaal, maar je legt jezelf daarmee ook beperkingen op. Laat de ik niet zoiets zeggen als: 'Al bij de eerste ontmoeting zag ik aan haar ogen dat zij iets verborgen hield. Een verborgen relatie? Of misschien wel een groter geheim, een moord?' Ga dan voor jezelf na: hoe vaak is het mij overkomen dat ik bij een eerste ontmoeting een groot geheim bevroedde, alleen al door iemand aan te kijken? Nooit, zo zal het antwoord zijn voor de niet-paranormalen onder ons.

De keus voor de vertelvorm is niet definitief. Er zijn zat voorbeelden – lees bijvoorbeeld 't Jagthuys van Merijn de Boer – waarin van perspectief wordt gewisseld.

Wat heeft jouw voorkeur? Schrijf je je roman in de ik-vorm? Of kies je voor de derde persoon enkelvoud? En waarom? Laat hieronder je reactie achter!

[/av_textblock]

[/av_section]

Read More

Schrijftip #9 – Directe waarneming

[av_section min_height='' min_height_px='500px' padding='default' shadow='no-shadow' bottom_border='no-border-styling' bottom_border_diagonal_color='#333333' bottom_border_diagonal_direction='scroll' bottom_border_style='scroll' scroll_down='' id='' color='main_color' custom_bg='' src='' attach='scroll' position='top left' repeat='no-repeat' video='' video_ratio='16:9' video_mobile_disabled='' overlay_enable='' overlay_opacity='0.5' overlay_color='' overlay_pattern='' overlay_custom_pattern='' av_element_hidden_in_editor='0']

[av_textblock size='' font_color='' color='' admin_preview_bg='']

Directe waarneming

Je romanpersonage ziet, ruikt, voelt en hoort van alles. Die gevoelens wil je als schrijver overbrengen, maar hoe doe je dat? Vorige week gaven we al de tip om in een dialoog zinnetjes als 'zei hij blij/verdrietig/opgewekt' te vermijden. In plaats van de gevoelens te benoemen moet uit de toon van de dialoog de geestesgesteldheid van het personage blijken.

Dezelfde regel geldt voor waarnemingen buiten de dialoog. In het schrijfhandboek De kunst van het schrijven geeft John Gardner een voorbeeld:

De amateur schrijft: 'Toen ze zich omdraaide zag ze dat twee slangen tussen de rotsen aan het vechten waren.' Vergelijk dit met: 'Ze draaide zich om. Tussen de rotsen waren twee slangen aan het vechten.' (De verbetering kan natuurlijk nog verder worden verbeterd. 'Twee slangen waren aan het vechten' is abstracter dan bijvoorbeeld: 'Twee slangen haalden zwiepend en geselend naar elkaar uit.')

Geciteerd in: Arie Storm, Het schrijven van een roman (Querido 2014).

Aan de schrijftip van vorige week kunnen dus nog een paar regels worden toegevoegd:

  • Probeer 'dacht hij', 'zag hij', 'hoorde hij', 'voelde hij', 'rook hij' te vermijden.
  • De schrijver blijft in literaire fictie zo veel mogelijk buiten beeld. Dat wil zeggen: jíj bent niet de waarnemer, dat zijn je personages.
  • Uitdrukkingen als 'het viel haar op dat' en 'zij zag dat' kunnen vrijwel altijd worden vervangen door een directe weergave van wat wordt gezien.
  • Onthoud: elke zin in een roman komt voort uit de omstandigheden en de emotionele staat van het personage. Het kan dat je hoofdpersoon slangen zien, maar dat er toch niet zijn, of dát ze er zijn omdat de hoofdpersoon ze ziet. Vraag jezelf daarom voortdurend af wat je personage ziet en vooral: waarom?

Volgende week gaan we verder met literair taalgebruik!

[/av_textblock]

[/av_section]

Read More

Schrijftip #8 – Pauze en verwarring

[av_section min_height='' min_height_px='500px' padding='default' shadow='no-shadow' bottom_border='no-border-styling' bottom_border_diagonal_color='#333333' bottom_border_diagonal_direction='scroll' bottom_border_style='scroll' scroll_down='' id='' color='main_color' custom_bg='' src='' attach='scroll' position='top left' repeat='no-repeat' video='' video_ratio='16:9' video_mobile_disabled='' overlay_enable='' overlay_opacity='0.5' overlay_color='' overlay_pattern='' overlay_custom_pattern='' av_element_hidden_in_editor='0']

[av_textblock ]

[/av_section]

Read More

Schrijftip #7 – Eigen stem

[av_section min_height='' min_height_px='500px' padding='default' shadow='no-shadow' bottom_border='no-border-styling' bottom_border_diagonal_color='#333333' bottom_border_diagonal_direction='scroll' bottom_border_style='scroll' scroll_down='' id='' color='main_color' custom_bg='' src='' attach='scroll' position='top left' repeat='no-repeat' video='' video_ratio='16:9' video_mobile_disabled='' overlay_enable='' overlay_opacity='0.5' overlay_color='' overlay_pattern='' overlay_custom_pattern='' av_element_hidden_in_editor='0']

[av_textblock size='' font_color='' color='' admin_preview_bg='']

Eigen stem

Dialogen: ze geven je personages een eigen stem en vormen een prettige afwisseling voor de lezer. Toch gaat er vaak van alles mee mis. Een personage dat op de ene bladzijde plechtstatig praat en het woord 'mitsgaders' in de mond neemt, kan een paar pagina's later niet een platamsterdamse vloek eruit gooien. Ook is het voor veel auteurs zoeken naar de juiste verhouding tussen haast a-grammaticale spreektaal ('ik zat zeg maar te denken over op vakantie gaan naar Ibiza') en meer gangbare vormen van literair taalgebruik ('ik speelde laatst met de gedachte om naar Ibiza op vakantie gaan').

Arie Storm schrijft over dialogen:

Een dialoog hangt in een roman nooit 'los' in een tekst. Je schrijft niet eerst een stuk beschrijving, en dan de dialoog, en dan weer een stuk beschrijving enzovoorts. Nee, het neerzetten van het decor, de visie van een personage op de wereld en het praten van personages met elkaar vormen één geheel.

Uit: Arie Storm, Het schrijven van een roman (Querido 2014)

Basisregels voor dialogen

Een paar basisregels voor dialogen:

  • Een dialoog begint altijd op een nieuwe regel. ('Kom! Dit is de club waar we moeten zijn,' riep Johan. [Enter] 'Pas op die tram, sufkop,' bitste ik hem toe.)
  • Het uitgesprokene staat tussen enkele aanhalingstekens. ('Wat een ontzettend goed idee,' zei ik.)
  • Als een personage tijdens het spreken iemand citeert, staat dat tussen dubbele aanhalingstekens. ('Geloof me! Joost riep "ik vermoord je" toen ik hem voor het laatst zag.')
  • Zorg dat je personage door het hele verhaal heen consequent is in zijn of haar taalgebruik.
  • Probeer het letterlijk opschrijven van spreektaal ('Maar...eh...wat zullen we nu dan doen?' vroeg ik.) zoveel mogelijk te vermijden. In een roman is alles nét even mooier dan in het echt, ook de taal van je personages.

Heb je nog meer tips of trucs voor dialogen? Laat hieronder je reactie achter! 

[/av_textblock]

[/av_section]

Read More

Schrijftip #6 – Blue monday

[av_section min_height='' min_height_px='500px' padding='default' shadow='no-shadow' bottom_border='no-border-styling' bottom_border_diagonal_color='#333333' bottom_border_diagonal_direction='scroll' bottom_border_style='scroll' scroll_down='' id='' color='main_color' custom_bg='' src='' attach='scroll' position='top left' repeat='no-repeat' video='' video_ratio='16:9' video_mobile_disabled='' overlay_enable='' overlay_opacity='0.5' overlay_color='' overlay_pattern='' overlay_custom_pattern='' av_element_hidden_in_editor='0']

[av_textblock size='' font_color='' color='' admin_preview_bg='']

Blue monday

Blue monday: volgens twee Engelse psychologen is de derde maandag van januari de meest deprimerende dag van het jaar. De feestdagen zijn voorbij, het is koud, nat en donker, en alle goede voornemens – ook op schrijfgebied – zijn alweer lang vergeten. In het kader van blue monday deze week geen tip over personages, stijl of compositie, maar over het schrijven zélf.

Schrijven is een eenzame bezigheid. Het stereotype van de schrijver roept bij velen het beeld op van een gekweld literair genie dat de ene Gauloise na de andere oprookt, met een fles goedkope rode wijn naast zich, tikkend op een oude typemachine in een tochtig zolderkamertje. Overweeg je, om je boek nu eindelijk eens af te schrijven, om een dergelijk 'literair' bestaan te gaan leiden? Denk dan aan Ian Fleming, de auteur van James Bond, die zijn boeken in een prachtig huis op het zonnige eiland Jamaica schreef.

Maak het jezelf daarom zo aangenaam mogelijk: een comfortabele stoel, een ruim bureau en een goede lamp. Zodat schrijven bovenal een leuke, prettige en ontspannende activiteit wordt.

Iedere dag vijfhonderd woorden

Heb je je voorgenomen om in 2016 je boek af te schrijven? Stel jezelf dan een haalbaar doel. 'Ik maak mijn roman af' is niet iets dat je van de ene op de andere dag kan volbrengen. Neem liever een overzichtelijke woordenaantal, bijvoorbeeld vijfhonderd, dat je per dag wil schrijven. Misschien schrijf je niet elke dag even goed, maar met 500 woorden per dag heb je gegarandeerd genoeg materiaal voor een manuscript.

Je schrijft. Vijfhonderd woorden per dag. Muziek erbij. Koffie. Stel je de scènes voor. Laat je roman als een film in je hoofd aan je voorbijgaan. Heb er lol in. Koop een notitieblokje als je dat nog niet had. Houd dat altijd bij je. Schrijf daar observaties in die je doet, invallen die je hebt. Kort, vrijblijvend.

Uit: Arie Storm, Het schrijven van een roman (Querido 2014)

Wil je begeleiding bij het voltooien van je manuscript? Bekijk dan eens de Meesterproef van de Querido Academie.

[/av_textblock]

[/av_section]

Read More

Schrijftip #5 – Houd het kort

[av_section min_height='' min_height_px='500px' padding='default' shadow='no-shadow' bottom_border='no-border-styling' bottom_border_diagonal_color='#333333' bottom_border_diagonal_direction='scroll' bottom_border_style='scroll' scroll_down='' id='' color='main_color' custom_bg='' src='' attach='scroll' position='top left' repeat='no-repeat' video='' video_ratio='16:9' video_mobile_disabled='' overlay_enable='' overlay_opacity='0.5' overlay_color='' overlay_pattern='' overlay_custom_pattern='' av_element_hidden_in_editor='0']

[av_textblock size='' font_color='' color='' admin_preview_bg='']

Een afgerond verhaal

Het is een valkuil voor veel auteurs die aan hun eerste roman bezig zijn: jezelf verliezen in de uitgebreidheid van het verhaal. De ene flashback volgt het andere zijspoor op en voor je het weet beschrijf je het hele leven van je hoofdpersonage. Al voelt het misschien tegennatuurlijk, de lezer hoef niet álles te weten. Wees niet bang om een afgeronde periode te kiezen voor je roman en sommige zaken voor de lezer in het ongewisse te laten. Vraag jezelf regelmatig af: is het werkelijk nodig dat de lezer deze scène leest voor het verdere verloop van het verhaal? (En het antwoord moet meer dan eens 'nee' zijn!)

Tien saaie dagen

Er zijn voorbeelden te over van geweldige romans die maar een korte periode in het leven van de hoofdpersoon beschrijven. Denk aan de klassiekers van de Nederlandse literatuur: Gerard Reve schrijft in De avonden over tien dagen tussen kerst en nieuwjaar, en in Nooit meer slapen maakt Alfred Issendorf slechts één wandeling. Arie Storm geeft de volgende tip:

Het is cruciaal dat de roman gaat over een belangrijke en het liefst ook nog eens afgeronde periode in het leven van de hoofdpersoon. Er moet meteen iets gebeuren. Er is niets tegen ontwaakscènes, maar laat je hoofdpersoon dan wel wakker worden in een wereld die voor hem schokkend veranderd is.

Uit: Arie Storm, Het schrijven van een roman (Querido 2014)

Oefening

Worstel je ook met het probleem dat je roman te omvangrijk is? Omschrijf hieronder kort je probleem en krijg feedback van de Querido Academie en collega-schrijvers.
[/av_textblock]

[/av_section]

Read More

Schrijftip #4 – De ultieme hoofdpersoon

[av_section min_height='' min_height_px='500px' padding='default' shadow='no-shadow' bottom_border='no-border-styling' bottom_border_diagonal_color='#333333' bottom_border_diagonal_direction='scroll' bottom_border_style='scroll' scroll_down='' id='' color='main_color' custom_bg='' src='' attach='scroll' position='top left' repeat='no-repeat' video='' video_ratio='16:9' video_mobile_disabled='' overlay_enable='' overlay_opacity='0.5' overlay_color='' overlay_pattern='' overlay_custom_pattern='' av_element_hidden_in_editor='0']
[av_textblock size='' font_color='' color='' admin_preview_bg='']

De ultieme hoofdpersoon

Deze week sluiten we de schrijftips over romanpersonages af met de nagenoeg onmogelijke vraag: wat definieert het ultieme literaire personage? James Wood laat er geen twijfel over bestaan: 'Er bestaat niet zoiets als hét romanpersonage. Er zijn nu eenmaal duizend verschillende soorten mensen, soms rond, soms vlak, sommige diep, sommige karikaturen, sommige op een realistische wijze neergezet, andere in het leven geroepen met enkele lichte penseelstreken.'

Een 'rond' personage, wiens achtergrond en zielenroerselen uitgebreid aan de lezer worden getoond, is volgens Wood niet per definitie interessanter dan een 'vlak' personage. Zo kan een ik-verteller die weinig of volstrekt onbetrouwbare informatie over zichzelf geeft wél een bijzonder interessant personage zijn – lees bijvoorbeeld De nacht van Merijn de Boer. Een goed literair personage onderscheidt zich vooral door een moeilijk te definiëren subtiliteit, de 'lichte penseelstreken' die een karakter kunnen vormen.

De veertien punten van Arie Storm bieden een leidraad voor het scheppen van een literair personage. Niet meer dan een leidraad, want een goed literair personage is net zo complex als het leven zelf.

Geciteerd uit: Arie Storm, Het schrijven van een roman (Querido 2014)

14 punten (deel 3)

Samen met de punten uit de schrijftips #2 en #3 heb je nu 'de 14 punten van een bruikbaar literair personage' compleet. 'Hang deze veertien punten naast of tegenover het bureau, of in elk geval voortdurend in het zicht,' adviseert Arie Storm.

  1. Weet op de een of andere manier dat het fictie is. Hij of zij is zich bewust van iets wat hij niet weet.
  2. Gelooft oprecht dat het bestaat (precies zoals wij, mensen en dus geen personages, denken dat we bestaan).
  3. Bestaat pas als het zich met andere personages verbindt en zich tegen andere personages afzet. Een literair personage vertoont interactie.
  4. Kan rekenen op de warme belangstelling van zijn of haar schrijver/bedenker. Een literair personage wordt uitsluitend gevormd door de roman zelf; die moet tot op zekere hoogte eenheid vertonen, de gebeurtenissen erin moeten tot op zekere hoogte plausibel zijn, zoals ook de acties van het personage tot op zekere hoogte geloofwaardig moeten zijn; enige vriendelijkheid is belangrijk (maar vergeet niet ook genoeg punt 4 toe te voegen), maar het belangrijkst in dit verband is dit:
  5. Wordt gecreëerd door een schrijver die doordrongen is van het besef dat de acties van een literair personage belangrijk zijn.
  6. Wordt met enige subtiliteit neergezet.
  7. Is monomaan, dat wil zeggen: het literair personage heeft een centraal verlangen.
  8. Is vastberaden zichzelf te zijn.

Oefening

Wie is jouw hoofdpersonage? Hang de veertien punten boven je beeldscherm en beschrijf hem of haar in één alinea.

Stuur je omschrijving naar info@queridoacademie.nl of laat hieronder een reactie achter.
[/av_textblock]
[/av_section]

Read More

Schrijftip #3 – Rare snuiters

Rare snuiters

Na de schrijftip van vorige week mag het duidelijk zijn dat een literair personage wezenlijk verschilt van iemand in het echte leven. Natuurlijk baseer je je als schrijver altijd op iemand die je persoonlijk kent. Al is het gedrag van zo'n persoon nog zo extreem, dat van een literair personage gaat altijd verder. De kunst van het schrijven bestaat daarom uit het benadrukken van de uitzonderlijkheid van je literaire personage.

Daarmee is niet gezegd dat een literair personage onnatuurlijk veel rare eigenschappen moet bezitten. In tegendeel, schrijft James Wood: 'veel van de levendigste personages in fictie zijn monomaan.' Of zoals Thomas Rosenboom het verwoordt: 'De held wil maar één ding, en dan niet op die ongelukkige manier waarop mannen vroeger maar één ding wilden, maar echt letterlijk, numeriek, puur getalsmatig: hij wil niet twee of drie dingen, hij wil maar één ding.'

Geciteerd in: Arie Storm, Het schrijven van een roman (Querido 2014)

14 punten (deel 2)

Deze week de nummer 4, 5 en 6 van 'de 14 punten van een bruikbaar literair personage' die Arie Storm destilleert uit het essay Hoe fictie werkt van James Wood.

  1. Hoeft niet aardig te zijn. Het laatste wat we als schrijver en als lezer kunnen gebruiken is moraliserende softheid, want dat leidt tot levenloosheid en saaiheid.
  2. Is wellicht gebaseerd op echte mensen, maar echte mensen zijn vaak saai en vertonen heel verantwoord gedrag; je zou kunnen zeggen dat personages verdergaan waar mensen ophouden en het menselijke creëer je vervolgens (onder andere) door in personages niet alleen uiterlijke tegenstelling aan te brengen (zie het eerste punt in de schrijftip van vorige week), maar ook een innerlijke tegenstelling; een schrijver zegt dingen over een personage die je ook over mensen kunt zeggen, maar dan is dat wat je over mensen kunt zeggen bij een personage áltijd verhevigd.
  3. Is tegelijk echt en onecht.

Wat beweegt jouw hoofdpersoon? Laat het ons weten op info@queridoacademie.nl of laat hieronder een reactie achter.

Read More